Jongsma Medical Menu Shop Bezoek onze webshop

Hoe werkt kleurenzicht?

U staat er zelfs niet bij stil wanneer dit gebeurt: onze ogen nemen meer dan 200 verschillende kleuren waar; maken een onderscheid tussen de meest gedetailleerde nuances en herkennen meer dan 20 verzadigingsniveaus en 500 helderheidsniveaus. U kunt het resultaat zien: dagelijks verwerken we miljoenen kleurenstimuli, een sprookjesachtige wereld van kleuren waar we vaak versteld van staan. Maar hoe gaat dit allemaal in zijn werk? Waarom ziet de lucht er soms blauw of rood uit, en soms grijs? En wat heeft dit te maken met de productie van zonnebrilglazen? Uw kegeltjes zijn hiervoor verantwoordelijk, zij zorgen voor kleurenzicht.

In uw ogen zitten twee soorten sensorcellen: staafjes en kegeltjes. Deze twee types fotoreceptoren in het netvlies verdelen onderling het werk en voeren verschillende taken uit: met de staafjes kunnen we veranderingen zien in helderheid, tot een bepaalde lichtintensiteit. De staafjes in onze ogen zijn essentieel voor zicht in het schemerdonker en in het donker. Dankzij deze staafjes kunt u zowel in het licht als in het donker zien. De kegeltjes zorgen voor kleurenperceptie. Er zijn drie verschillende varianten, en elk ervan reageert op verschillende golflengtes:

  1. Kegeltjes voor blauw licht (S-kegeltjes, de S staat voor Short (kort): deze reageren op kortere golflengtes)
  2. Kegeltjes voor groen licht (M-kegeltjes, de M staat voor Medium, voor middellange golflengtes)
  3. Kegeltjes voor rood licht (L-kegeltjes, de L staat voor Long (lang), voor langere golflengtes)

Welke invloed heeft dit op uw kleurenzicht? Als een oppervlak bijvoorbeeld alleen korte golflengtes weerspiegelt, ziet dit oppervlak er volgens uw hersenen blauw uit. Als alleen lange golflengtes worden weerspiegeld, ziet u rood. Middellange golflengtes zorgen ervoor dat u groen ziet. U ziet alleen gemengde kleuren zoals geel, paars, oranje of violet wanneer een oppervlak golven weerspiegelt met verschillende lengtes. Als deze types kegeltjes alle golflengtes tegelijk detecteren, zien uw hersenen deze als wit.

Er is echter nog een belangrijke factor die onze kleurenperceptie beïnvloedt: voorwerpen weerspiegelen niet alleen kleuren, ze absorberen deze ook. Een rijpe kers heeft bijvoorbeeld zo’n mooie rode kleur omdat het oppervlak van het fruit het groene en blauwe licht absorbeert en dus alleen lange lichtgolven weerspiegelt; de golven die er rood uitzien. Welke kleuren we waarnemen hangt dus af van de verhouding en de geabsorbeerde lichtsterkte door de drie kleuren blauw, groen en rood.

Uw ogen verwerken normaal gesproken een lichtspectrum tussen 380 en 780 nanometer. Ze nemen geen licht waar met kortere golflengtes (UV) en langere golflengtes (infrarood), dus alles wat zich onder en boven het zichtbare lichtspectrum bevindt.